donderdag 17 oktober 2024

Lief kind, Best mens,

Je draagt het universum in je, want je bent gevormd uit hetzelfde sterrenstof en uit dezelfde oerkracht waaruit alles ontsproten is: de bloemen, dieren, de sterren aan de hemel. Daarom ben je (ook) thuis in de natuur, wentelend in je verwantschap, onbeoordeeld welkom, niet geïsoleerd, deel van het geheel, één met alles, in en door alle tijden. 

En in deze verbondenheid zul je altijd terugkeren, zelfs als je er al altijd deel van was. De illusie van afscheiding verdwijnend als je de waarheid omarmt: je gaat en was nooit verloren, bent altijd geweest, altijd onderdeel en heel, enig en één.

Je bent daarin geen passant in het leven dat zich ook om je heen bevindt; je bènt leven, draagt het in je, deelt bestaan in het bestaan zelf. Zoals wind door een open raam waait, besta je in essentie ongehinderd, zich plooiend om weerstand en als veranderlijke manifestatie van bestaan, dat ook leven om je heen beroert en andersom.  Een mysterie dat in zichzelf voortdurend hernieuwd wordt, in wisselwerking met de wereld van vormen die bestaan dankzij elkaar en de onderlinge leemtes die ze boetseert.

Nergens wordt iets van je verwacht, of iets aan je gevraagd, behalve dat je toestaat het jou omringende en jezelf te laten zijn wat het is, zonder het een eigen waarde of oordeel toe te dichten, zonder het weg te duwen of toe te willen eigenen.

In die volkomen vrije stroom van bestaan, is je potentieel oneindig én ben je precies zoals je moet zijn, waar je moet zijn, zonder dat er iets ontbreekt. Het verlangen om te bewijzen, of om te worden wat je niet al bent, te zijn waar je niet bent, is als het verlangen van een boom om iets anders te zijn dan een boom. De boom, de bloem, de vogel, zij vragen zich nooit af of ze compleet of goed (genoeg) zijn; ze zijn (het). Precies goed, naar tevredenheid en daar aan voorbij. 

Zo is het ook voor jou: er is niets te verlangen dat buiten jezelf, buiten deze plek of dit moment ligt. De zoektocht naar waardering, naar weten of zekerheden -materieel en immaterieel- , de wens tot behoud van wat je fijn, mooi of goed noemt, verweer tegen het tegendeel, of naar macht over (zelf bedachte) demonen of over wat-dan-ook of hunkering naar een schijnbaar betere toekomst of volmaakter verleden zijn even onmogelijk als een oogopslag die zich zelf beziet. 

Waarheid, rust en potentie liggen niet in de externe wereld, maar in het aanvaarden van wat je al bent, in de stille tevredenheid met wat nu al is. De diepe kalmte, de overvloed en verbinding die je zoekt, is altijd aanwezig, als je het toelaat op te stijgen uit je eigen wezen, bijvoorbeeld in het licht van je bewustzijn tot aan de oppervlakte van je dagelijkse bestaan.

En zo komt wijsheid voort uit het leven zonder verzet of toedekking. Accepteer de golf van het bestaan die je bent en je omringt zoals een surfer de zee omhelst, niet door ertegen te strijden, maar door zich met vertrouwen te laten dragen. Weerstand maakt de ziel moe, maar overgave opent je voor de ware kracht die altijd in je was, jou is. In die acceptatie van vertrouwen vind je ook verantwoordelijkheid, niet alleen voor je eigen leven, maar ook voor het leven om je heen, dat in essentie uit dezelfde levensadem bestaat. Waarmee je je inzet voor het bestaan zoals je dat voor jezelf zou doen, niet om het te beheersen, noch voor een oogst van wat dan ook maar om ermee te dansen – een dans van harmonie, zoals de wind door het bladerdak van een oude boom.